Jos Klak

De duivensport heeft in meer dan een eeuw heel wat grote kampioenen voort gebracht. Wegge, Bricoux, Huiskens-Van Riel, Stichelbaut, Havenith, Gebroeders Janssen, Delbar en Cattrijsse zijn, om een paar willekeurige te noemen, stuk voor stuk namen die klinken als een klok. Zij waren ooit voor kortere of langere tijd grote kampioenen. En ook heden ten dage is hun rol nog niet uitgespeeld: in menige pedigree tref je de basisduiven van deze liefhebbers nog aan.Een man die zonder twijfel tot dit illustere rijtje behoort is Jos van Limpt-De Klak uit Reusel. Tot aan zijn overlijden heeft hij altijd in grootse stijl gepresteerd. Meer dan vijftig jaar behoorde hij tot de kampioenen.

klak_duif

Het leven van Jos de Klak stond in het teken van de duivensport. Bij alles wat er in huize Van Limpt passeerde werd eerst gekeken of de duiven er onder zouden lijden. Want de filosofie van Jos was: als je, ongeacht in welke sport, je niet voor de volle honderd procent inzet dan zul je nooit de top bereiken.

Jos van Limpt-de Klak kreeg de duivensport met de paplepel ingegeven. Hij kreeg niet alleen de liefde voor de sport maar ook zijn bijnaam ‘De Klak’ van zijn vader. Toen vader Van Limpt tijdens een malse regenbui met een grote klak (Belgische uitdrukking voor ‘pet’) op het kleine hoofdje werd gezien, was zijn bijnaam geboren. Nadat vader Van Limpt in 1943 kwam te overlijden ging zijn bijnaam vrijwel automatisch over op zijn zoon Jos.

Vader Van Limpt was voor de Tweede Wereldoorlog al een kampioen waar met ontzag over gesproken werd. Hij speelde in die tijd als één van de eersten met het soort van de Gebroeders Janssen uit het naburige Arendonk. Jos’ vader zat als sigarenmaker op de fabriek waar hij werkte, naast Arjaan Janssen en geraakte zodoende aan het beste van het beste.

klak_vechterwitpenneke

Omdat het houden van postduiven in de Tweede Wereldoorlog verboden was, moest Jos na de Wereldbrand helemaal opnieuw beginnen. Op aandrang van moeder Van Limpt klopte Jos aan bij de beroemde broers in Arendonk. Tenslotte was zijn vader er ook altijd correct geholpen en had hij grote successen met de duiven van de mannekes gehad. Nadien heeft Jos de Klak nooit andere duiven willen hebben dan die van de Janssens. Niet omdat andere duiven niet goed waren maar ze waren zeker niet beter.De midfondvluchten waren zijn leven lang Jos zijn passie, andere vluchten interesserden hem minder. Hij creeërde er een stam duiven voor die op de middenafstanden onnavolgbaar was maar die daarnaast snel genoeg was voor het korte werk en taai genoeg voor de dagfond. Het parool van De Klak was: werken met een goede stam, verwijderde inteelt, veel spelen en streng selecteren. Daardoor kan het gebeuren dat wie de stamboom van een willekeurige, hedendaagse Klakduif uitpluist, stuit op de crack’s van weleer zoals de ‘881 van ‘47’, de ’43-duif uit het Jong Koppel’, ‘Vechter x Witpenneke’ of de ‘613’!